Psalmen 97

De Here is de grote Koning. Laat de aarde daarom juichen en de landen aan de

12 verzen

Psalmen 97:1

De Here is de grote Koning. Laat de aarde daarom juichen en de landen aan de

De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.

Psalmen 97:2

Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons.

Psalmen 97:3

Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand.

Psalmen 97:4

Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft.

Psalmen 97:5

De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde.

Psalmen 97:6

De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.

Psalmen 97:7

Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!

Psalmen 97:8

Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!

Psalmen 97:9

Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.

Psalmen 97:10

Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand.

Psalmen 97:11

Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.

Psalmen 97:12

Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.

Psalmen 98