Psalmen 6

10 verzen

Psalmen 6:1

Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth, op de Scheminith.

Psalmen 6:2

O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!

Psalmen 6:3

Wees mij genadig, HEERE, want ik ben verzwakt; genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.

Psalmen 6:4

Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?

Psalmen 6:5

Keer weder, HEERE, red mijn ziel; verlos mij, om Uwer goedertierenheid wil.

Psalmen 6:6

Want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?

Psalmen 6:7

Ik ben moede van mijn zuchten; ik doe mijn bed den gansen nacht zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen.

Psalmen 6:8

Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.

Psalmen 6:9

Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

Psalmen 6:10

De HEERE heeft mijn smeking gehoord; de HEERE zal mijn gebed aannemen. (Psalms 6:11) Al mijn vijanden zullen zeer beschaamd en verbaasd worden; zij zullen terugkeren, zij zullen in een ogenblik beschaamd worden.

Psalmen 7